Twee of liever drie sneetjes

Het seizoen is weer begonnen. Daarom smeerde ik vanochtend twee sneetjes brood voor tussen de middag: één met ham en één met kaas. En soms is de tweede boterham met iets zoets erop. Dat gaat al heel lang terug als gevolg van mijn opvoeding. Eerst iets hartigs, dan iets zoets.

Terwijl ik zo mijn gesmeerde boterhammen opeet, verdiep ik me in 5G. 5G heeft een aantal duidelijke verbeterpunten t.o.v. het toch al goede 4G. Een nog veel hogere snelheid, tot wel 20 Gbps, een zeer korte latency van minder dan 0,5 ms, een heel hoge betrouwbaarheid en zo zuinig dat een sensor 15 jaar op een batterij kan draaien.

Toen ik voor het eerst me verdiepte in 5G had ik gelijk een plaatje van een schaap met vijf poten voor me. Zo’n hoge snelheid en 15 jaar op een batterij kunnen toch niet samen? Maar 5G heeft een aantal technologieën bedacht om dit toch allemaal mogelijk te maken. Massive MIMO, schaalbare OFDM en mmWave communicatie zijn belangrijke ingrediënten. En om dit vijfpotige schaap mogelijk te maken komen mijn sneetjes brood om de hoek kijken. 5G introduceert “network slicing”.

Network slicing maakt van het éne fysieke 5G netwerk drie virtuele netwerken die afgestemd zijn op specifieke behoeften. Één slice voor “Enhanced Mobile Broadband”, één voor “Massive IoT”, en één voor “Mission-critical services”.

Met deze techniek kan het netwerk geoptimaliseerd worden voor de heel verschillende eisen die volgen uit de toepassingen. Hoge capaciteit voor internet is bereikbaar door caching in het netwerk, terwijl lage latency vraagt om processing dicht bij de gebruiker, en de lange levensduur vooral ook langzame interactie vraagt.

Mission critical is daarbij meer dan alleen Openbare Orde en Veiligheid. Intelligent Transport Systems voor verkeerssystemen hoort daar zeker ook bij. Twee zeer tijd kritische applicaties, waarbij er wel een prioriteit voor OOV in de standaard is opgenomen, maar ik het toch niet zo prettig zou vinden als de PTT knop voor de politieman en de bediening van de remmen van auto’s met elkaar in competitie zijn.

Hoewel ik dat niet getalsmatig heb geanalyseerd lijkt het mij toch erg verstandig deze applicaties te scheiden, en niet in één slice in één netwerk te plaatsen. De beschikbaarheid van eigen OOV spectrum in de 700 MHz band is daarbij een mooie eerste stap naar zo’n scheiding, maar het gaat ook om de capaciteit in het netwerk. Misschien niet per sé overal, maar het is zeker de analyse waard om te zien waar scheiding noodzakelijk is. Daarbij is het ook goed om na te gaan waar virtuele scheiding voldoende is, en waar fysieke scheiding noodzakelijk is. Zodat de missie kritische toepassingen de prioriteit krijgen die ze nodig hebben.

Welk sneetje zal ik trouwens eerst opeten? Met kaas of met ham?