Het recht om niet te weten

Een paar jaar geleden was het aanvragen van een WOBje bij journalisten heel populair.  Het recht om te weten wat er in de burelen van “de overheid” besloten wordt is een groot goed in een democratie.  Een grondrecht, en gelukkig hebben we die.

En hoe staat het met het recht van de overheid om te weten wat er bij de burger aan de keukentafel, of in de directiekamer van een bedrijf besloten wordt? Als het om onszelf gaat, dan heeft uiteraard  de overheid geen enkel recht de neus in onze zaken te steken. Als het om onze buurman gaat, dan dichten we hem hetzelfde recht redelijkerwijs toe. Maar als hij snode plannen heeft, of als dingen misgaan, dan mag de overheid het naadje van de kous weten.

In zulke gevallen keren we het zelfs voor de overheid om in een plicht om te weten. We eisen van onze opsporingsdiensten dat ze een ieder die iets kwalijks in het zin heeft al voor die tijd te pakken heeft. En dat niet alleen in het groot, als er aanslagen dreigen, maar ook in het klein, zoals bij incidenten in het uitgaansleven.

De  plicht om te weten is er niet alleen voor de overheid. In mijn dagelijks leven, net als vele anderen, voel ik de plicht om alles dat ik zou kunnen weten, ook 24/7 te weten. Door permanente toegang tot email, nieuwssites, fora, bestanden, etc. is de grens tussen werk en privé vervaagd. Na de vele voordelen die dit biedt, heeft niemand meer een argument in handen om te verklaren dat ze het gewoon niet konden weten.

We schieten door, zowel in het privéleven als in professionele omgevingen. Er moet ook een recht zijn om NIET te weten. Als je dingen niet weet, maak je je er ook niet druk over, en heb je ruimte voor andere dingen. Een stukje vrijheid, waarin een creatieve geest hele leuke en soms vernieuwende dingen kan doen.

Privé hoef je niet 24/7 op je telefoon te kijken of er nog mailtjes binnen zijn gekomen. Je collega moet aanvaarden dat ze niet binnen 10 minuten op al je mailtjes reageren, zeker niet ’s avonds en in het weekend.

Als overheid moet je duidelijk zijn waar dit recht om niet te weten op toe gaat passen. Het is een bewust NIET achter bepaalde zaken aangaan, en daarmee een gecalculeerd risico nemen. En dat is ook juist het voordeel. Door bewust de keuze te maken weet je welke risico’s je neemt, en wordt je er niet door verrast. Je jaagt veel minder achter spoken aan. Maar het ontslaat je niet om wel de ogen wijd open te hebben, en de risico’s te duiden.
Als je mij dan vraagt waar ik privé mijn recht om niet te weten op toe wil passen, dan zeg ik “de laatste nieuwtje uit de roddelpers”. Dat is nou typisch iets wat ik echt niet wìl weten.