Malawi

In de jaren ’80 ging ik voor mijn school met werkweek naar de Weerribben. Ik houd er nu, dertig jaar later, nog steeds een goede herinnering aan. Mijn project had een luchtje – ik  deed onderzoek naar de reiniging van rioolwater – maar een hele week 25°C, ’s avonds een kampvuur en slapen in een tentje, is heerlijk.

Dertig jaar later is veel hetzelfde gebleven, maar niet alles. Mijn zoon gaat op werkweek, en gaat iets aan schoon water doen, maar hij gaat naar Malawi. “Naar waar?” zult u misschien denken. Inderdaad, Malawi, zuidelijk Afrika, ingeklemd tussen Mozambique, Zambia en Tanzania.

Dit is niet zo maar een werkweek. Het is een ware expeditie, waar de jongeren in aanraking komen met ontwikkelingshulp in een van de allerarmste landen ter wereld. De mensen hebben weinig tot geen geld om van rond te komen.

De scholieren hebben natuurlijk juist veel geld nodig om er naar toe te gaan. Even naar Malawi vliegen doe je nou eenmaal niet van je zakgeld. Ze zetten allerlei creatieve projecten op. Taarten bakken, verkoop op de vrijmarkt, blad ruimen, een ware dinershow. Mooi is ook het project dat Henk van Beek aandroeg. Ze zijn er druk aan de slag en zorgt voor een stevige bijdrage in het bij elkaar sprokkelen van het budget.

Daarmee lijkt zo’n project wel het typische innovatieproject dat wij als MKBers mogen doen. Er zijn allerlei potjes beschikbaar, maar het zijn altijd maar potjes. En die moet je dan bij elkaar leggen. Dertig procent hiervandaan, twintig daarvandaan, tien procent uit een reserve potje, en als bedrijf leg je ‘natuurlijk’ het laatste stuk bij als investering.

Vooral dat laatste stuit weleens tegen de borst. Er is een vreemd beeld in overheidsland dat het geld als vanzelf de bedrijven in vloeit. Uit ervaring weet ik dat het tegenovergestelde eerder waar is. Zeker voor innovatieve projecten is de overheid een slechte opdrachtgever in financiële zin. Het bedrijfsleven is vaker een goede innovatieve opdrachtgever. Deels aan de financiële kant, maar zeker ook inhoudelijk.

Innovatie in business-to-business is een combinatie van visie, vertrouwen en samen vooruit. Het begint met een duidelijk beeld van waar je uit wilt komen. Vervolgens bouwen opdrachtgever en opdrachtnemer samen aan vertrouwen in elkaar. Tot slot moet je samen er aan trekken, bijsturen, elkaar scherp houden op wat kan, wat handig is, etc. Dus niet iets over de schutting gooien, of een houding van ‘we zien wel wat eruit komt’.

En daar wil ik de overheid op uitdagen. Overheid, als je innovatieve oplossingen wilt hebben, moet je een innovatieve opdrachtgever zijn, een duidelijke visie hebben, samen met bedrijven in vertouwen de projecten opzetten, en elkaar scherp houden. En last but not least, budget om te kunnen opereren.

Dat is ook hoe de werkweek  aangepakt wordt. Een leraar van de school van mijn zoon had als visie om de kinderen iets te laten meemaken van ontwikkelingssamenwerking. In vertrouwen hebben ze er een project van gemaakt, en concentieus wordt het ingevuld. Dan is ineens zo’n ver doel heel bereikbaar geworden.