FIGO bij de Veiligheidsregio
Project Introductie
In een veiligheidsregio werken de brandweer, de Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen (GHOR), de politie en gemeenten samen voor een effectieve voorbereiding op en bestrijding van crises en rampen. De regio regelen de aanpak van grote ongelukken, rampen en crises zoals overstromingen, uitbraak van besmettelijke ziektes en terrorisme.
Voor deze multidisciplinaire coördinatie maken de veiligheidsregio's gebruik van data systemen voor het vormen van een integraal en gemeenschappelijk beeld. Deze beeldvorming vindt plaats in samenspraak tussen mensen op verschillende locaties, waarbij de locatie van de ramp of crisis en bijvoorbeeld de meldkamer. Er zijn tal van informatie systemen, die een zinvolle bijdrage leveren aan dit beeld. Bijvoorbeeld databases, live video beelden van het incident terrein, kaartmateriaal en sociale media. Voor een integraal en gemeenschappelijk beeld is het cruciaal dat iedereen dezelfde en actuele informatie beschikbaar heeft.
Ongelukken en rampen zijn niet voorspelbaar, en vinden plaats op locaties die je niet van tevoren uitzoekt. De veiligheidregio's moeten dus continue voorbereid zijn en klaar staan voor de hulpverlening op een willekeurige tijd en plaats, en onder heel diverse en extreme omstandigheden.
Systeem Eisen
De opkomsttijd van de hulpverlening moet zo klein mogelijk gehouden worden, omdat het 'gouden uur' heel kostbaar is. De data communicatie oplossing moet dus direct operationeel zijn.
Radio netwerken zijn niet 100% beschikbaar, beperkt in dekking of door congestie. De veiligheidsregio's hebben meer betrouwbaarheid nodig dan een standaard mobiel netwerk beidt.
De bevelvoering op en rond het incident maakt van steeds meer data gebruik. Zowel de bron als de afnemer van deze data zijn lokaal. Deze data moet de verbindingen met de centrale infrastructuur niet onnodig belasten, maar wel binnen dezelfde structuur gebruikt kunnen worden.
FIGO Oplossing
De MCU (Mobiele Commando Unit) vormt het hart van de veiligheidsregio op de Plaats Incident. Deze is voorzien van een FIGO MN 9002, waarin meerdere UMTS/HSPA radio zitten, een SatCom koppeling gemaakt wordt en op een WLAN hotspot in kan koppelen. Andere voertuigen, bijvoorbeeld van een OVD hebben een MN 9002, maar zonder SatCom. De FIGO nodes bieden WLAN en bedrade toegang tot randapparatuur in en rond de MCU en OvD voertuigen.

Bij een incident zijn meerdere voertuigen van de veiligheidsregio betrokken. Als de voertuigen bij elkaar in de buurt zijn bouwen ze zonder menselijke tussenkomst een ad-hoc netwerk op. Dit netwerk zorgt ervoor dat informatie in het veld eenvoudig gedeeld kan worden.
De nodes kunnen ook doorgeefluik voor elkaar zijn. Zo kan een OvD voertuig dat niet zelfstandig met de infrastructuur kan communiceren terugvallen op de satelliet verbinding van de MCU.
De FIGO Back Office Node bevindt zich in de infrastructuur van de veiligheidsregio. De gebruikers worden daarmee onderdeel van het eigen netwerk. Toegang tot informatie, via zowel het intranet, als het internet is daarmee identiek aan wat gebruikelijk is op kantoor.
Waarom FIGO
Veiligheidsregio's kiezen voor FIGO omdat de data in een FIGO netwerk op een betrouwbare manier tussen het Plaats Incident en de infrastructuur gecommuniceerd kan worden. Deze betrouwbaarheid komt doordat FIGO automatisch het netwerk selecteerd dat wél beschikbaar is. Bovendien is de data veilig, omdat het netwerk een gesloten, beveiligd netwerk is.










